Sommige bloemen zijn net levende parfumflesjes. Rozen, fresia's en lelies kun je soms al van een paar meter afstand ruiken. Bij andere bloemen, zoals tulpen, ruik je daarentegen bijna niets.
Dat sommige bloemen sterk geuren en andere nauwelijks, heeft alles te maken met chemie en evolutie, maar ook met bewuste keuzes die mensen hebben gemaakt bij het kweken van bloemen. In dit artikel ontdek je alles over de wetenschap achter bloemengeuren.
Een belangrijke reden waarom bloemen geuren, is om bestuivers aan te trekken en in sommige gevallen juist ongewenste bezoekers op afstand te houden. Hun geur verspreidt zich door de lucht en helpt bestuivers de bloemen te vinden.
Zie het als een soort geurend bordje met: "Hier is eten!" Bloemengeuren bestaan uit chemische stoffen die bijen, zweefvliegen en andere bestuivers uitstekend kunnen waarnemen.
Sommige bloemen zijn bovendien speciaal gekweekt om sterker te geuren. Door verschillende variëteiten met elkaar te kruisen, kunnen kwekers bepaalde eigenschappen versterken. Een voorbeeld is de sterk geurende siererwt 'Matucana'.
Maar er zijn uitzonderingen. Tulpen hebben voor mensen en veel insecten nauwelijks een waarneembare geur. In plaats daarvan trekken ze bestuivers vooral aan met hun opvallende kleuren.
De cellen van bloemen produceren vluchtige organische stoffen. Dit zijn kleine moleculen die gemakkelijk verdampen. Luchtstromen verspreiden deze moleculen vervolgens door de omgeving, waar ze door bestuivers – en soms door ons – als geur worden waargenomen.
We zeggen bewust "soms door ons", want zelfs bloemen die voor mensen vrijwel geurloos lijken, kunnen wel degelijk door insecten worden waargenomen. Insecten ruiken niet met een neus, maar nemen chemische stoffen waar via hun antennes. Sommige soorten kunnen geuren zelfs vanaf behoorlijke afstand detecteren.
De combinatie van geurstoffen verschilt per bloemsoort. Anders zouden alle bloemen voor onze neus hetzelfde ruiken. Bloemen met een bijzonder krachtige geur produceren vaak meer vluchtige stoffen of stoffen die we sterker kunnen waarnemen.
Bestuivers kunnen behoorlijk kieskeurig zijn als het gaat om de nectar en het stuifmeel dat ze verzamelen. Sommige bloemen produceren bovendien vergelijkbare geurstoffen.
Misschien heb je weleens een vlinder naar een bloem zien vliegen, er even bij zien blijven hangen en vervolgens weer zien wegvliegen. Het insect dacht waarschijnlijk voedsel te vinden, maar ontdekte dat de bloem toch niet was wat het zocht.
Bloemen produceren geconcentreerde geuren die bepaalde bestuivers door hun evolutie bijzonder goed kunnen waarnemen. Soms gaat een insect op het verkeerde signaal af, maar over het algemeen werkt deze strategie uitstekend.
De tuberoos is hier een mooi voorbeeld van. Deze bloem verspreidt 's avonds haar sterkste geur, precies op het moment dat de nachtvlinders die haar bestuiven actief worden.
Starfighter-lelies verdienen zeker een plek op deze lijst. Ze hebben een krachtige, tropische geur die doet denken aan een combinatie van mango, kokos en warme specerijen. Eén enkele steel kan al een hele kamer vullen met geur.
Dan zijn er hyacinten. Ze verspreiden een intens zoete geur die bijna aan siroop doet denken, gecombineerd met een muskusachtige ondertoon die de geur wat aardser maakt.
Gardenia's hebben juist een zoetere, zachtere en bijna romige geur. Hun aroma doet denken aan jasmijn en peer en vormt de basis voor verschillende parfums.
En dan is er opnieuw de tuberoos. Deze bloem heeft een bijzonder intense geur die door verschillende mensen anders kan worden ervaren. De volle, aardse geur kan onder andere aan druiven doen denken.
Ook onder populaire snijbloemen bij bloemisten vinden we volop heerlijk geurende soorten. Pioenrozen hebben bijvoorbeeld een zoete geur met een subtiel vleugje citrus, terwijl rozen bekendstaan om hun karakteristieke, bijna wijnachtige zoetheid.
Fresia's kunnen eveneens behoorlijk sterk geuren, met een honingachtige zoetheid en tonen die aan donker fruit doen denken.
Veel boeketten combineren verschillende van deze bloemen. Sommige bloemisten stellen arrangementen zelfs samen op basis van geurprofielen, bijvoorbeeld aards, zoet of romantisch. Soms worden deze geurprofielen ook vermeld bij het boeket.
Energiebesparing is een belangrijke reden waarom sommige bloemen nauwelijks of geen geur produceren. Het kost een plant energie om de chemische stoffen voor bloemengeuren aan te maken. Niet iedere bloem heeft daar evolutionair gezien baat bij. Sommige bloemen die afhankelijk zijn van bestuivers zetten daarom bijvoorbeeld sterker in op opvallende kleuren.
Andere planten hebben helemaal geen bestuivende insecten nodig. Sommige soorten worden door de wind bestoven en verspreiden hun stuifmeel rechtstreeks via de lucht. Voor zulke planten biedt een sterke geur weinig voordeel.
Daarnaast zijn sommige bloemen zo gekweekt dat hun geur grotendeels verloren is gegaan. Bij populaire snijbloemen hebben kwekers generaties lang eigenschappen zoals kleur, grootte, vorm en houdbaarheid geselecteerd. Daardoor kan geur onbedoeld naar de achtergrond zijn verdwenen.
Tulpen, calla's en alstroemeria's hebben bijvoorbeeld nauwelijks een waarneembare geur.
Onze neus is verrassend goed in het herkennen van bloemengeuren. Vaak weten we vrijwel meteen of we een bepaalde geur lekker vinden of juist niet.
En van de bloemengeuren die we lekker vinden, kunnen we behoorlijk genieten. Het is een van de redenen waarom we bloemen in onze tuinen planten, ze verzorgen en ervoor zorgen dat ze ieder jaar opnieuw bloeien. Geur speelt een belangrijke rol in de totale beleving van bloemen.
Geuren zijn bovendien sterk verbonden met onze herinneringen. Een bepaalde geur kan ons onmiddellijk doen denken aan een persoon, plek of bijzonder moment. Dat kan ook een van de redenen zijn waarom bloemen zo populair zijn als cadeau.
Dat we bepaalde bloemengeuren zo aangenaam vinden, heeft eveneens met chemie te maken. Mensen zijn geëvolueerd om bijvoorbeeld voedsel via geur te herkennen. Bloemen produceren soms dezelfde of vergelijkbare geurstoffen als fruit. Onze hersenen reageren op die stoffen en ervaren ze als aangenaam – of juist helemaal niet.
Het is dan ook niet vreemd dat we vaak terugkeren naar geuren waar we van houden. Misschien koop je bijvoorbeeld steeds opnieuw rozen in plaats van andere bloemen. Niet alleen vanwege hun uiterlijk, maar ook vanwege hun vertrouwde geur.
Bestuivers vinden geurende bloemen door de nectar en het stuifmeel te detecteren die ze als voedsel nodig hebben. Sommige bloemen hebben nauwelijks geur en vertrouwen vooral op opvallende kleuren om insecten aan te trekken, maar veel bloemen verspreiden op zijn minst een subtiele geur.
Wij mensen hebben natuurlijk heel andere redenen om aan bloemen te ruiken. We zijn niet op zoek naar stuifmeel of nectar, maar herkennen wel wanneer bloemen heerlijk ruiken. En precies daarom halen we ze zo graag in huis of planten we ze in onze tuin.
Bloemen brengen niet alleen kleur, maar ook geur en een stukje natuur in onze leefomgeving.
Ook interessant: Bloemenencyclopedie